de pees en het looprekje

Af en toe een praatje via Messenger, hier zullen we het voorlopig mee moeten doen. Ik mis onze wekelijkse ontmoetingen, onze gesprekken in tal van koffiebars in het centrum. Vergis u niet, Chiang Kham telt heel wat toplocaties. De koffie is er heerlijk, sterk en geurig, elke slok een genot. Jaap is een ex-voetbalcoach uit Vlissingen, Zeeland. Voetbal werd dus een gespreksonderwerp en vrouwen en het leven in Thailand. We kunnen er uren over palaveren, er is altijd wel iets te vertellen. Vrouwen keuvelen over vrouwenonderwerpen, mannen hebben hun mannenpraat. Is dit seksistisch? Ik vind van niet. Na een sessie “male talk” kunnen we weer een poos verder. “Zij” waarschijnlijk ook.
Dus voorlopig geen Jaap, spijtig.

Het plaatsje Chiang Kham in de provincie Phayao moet ook even verder zonder mij. Een grote impact op het dagelijkse leven zal dit niet hebben, nauwelijks. Hier en daar is er iemand die denkt dat het toch al een poos geleden moet zijn dat er een bleke farang rijdend met een bakfiets gespot werd. Hij vervoerde twee honden en ging er dagelijks een wandeling met maken. Thaise mensen doen dit niet vandaar dat het werd opgemerkt.

Wat er zich in de hoofden van de honden afspeelt heb ik het raden naar. Er is geen e-mailverkeer tussen ons, we chatten niet met elkaar. Ik krijg soms foto’s doorgestuurd van hen terwijl ze voor zich uit staren. Daaronder een tekst met de boodschap dat ze me missen. Wie zal het zeggen? Wat denkt een golden retriever of een baang kaew? Op de dag dat we aan de poort stonden, op de dag van onze terugkeer kreeg ik telkens scènes van dolle, bijna hysterische vreugdetaferelen van springende blije, likkende, wild kwispelende, in hoge tonen jammerende schatten van beesten. Je voelde onvoorwaardelijk liefde en aanhankelijkheid. Ach wat mis ik hen!

We hadden er al moeten zijn. We hadden er voor het zoveelste jaar op rij willen gaan overwinteren. Ook nu weer, van begin oktober tot begin maart.
Inderdaad we hadden…
Daags voor ons vertrek, we zouden om 17.20 u. vanuit Brussel met Qatar Airways naar Bangkok vliegen, gebeurde het. Na een feestje bij vrienden, nee hoor ik had amper alcohol gedronken, was het aardedonker buiten. Op weg naar de geparkeerde auto trapte ik in het niets. Een niveauverschil van 40 ä 50 cm., meer niet. Mijn linkervoet sloeg om in de richting van mijn scheenbeen en hield me niet meer.
Op de spoedafdeling in het ziekenhuis kreeg ik na echografie en radiografie te horen dat er een achillespeesruptuur (afscheuren van) was. Die pees is tijdens een chirurgische ingreep terug aangehecht.
Ik bespaar u verdere details. Niemand wordt vrolijk van dergelijke horrorverhalen. Acht weken was het verdict. Zesenvijftig dagen gipsverband, krukken, looprekje, rolstoel.

Acht weken waarin ik zal gaan beseffen dat, zelfs een simpele vorm van mobiliteit (stappen, wandelen) zo belangrijk is. Dat eens je die ontnomen wordt je verschrikkelijk afhankelijk wordt van anderen. Dat je partner, mijn Siriwan, mag verheven worden in de adelstand, een standbeeld mag krijgen en er een straat mag naar vernoemd worden.

Maar het liefst van al liep ik nu tussen de velden in Noord-Thailand om straks even bij Jaap op visite te gaan. “Het komt allemaal goed”, zou hij dan zeggen. Jaap is een onverbeterlijke optimist, een ultra-positieveling. Ook voor hem een standbeeld, ergens op een druk kruispunt in Chiang Kham.
Is eens wat anders dan al die boeddhabeelden.

Onderweg naar het geluk

Ik had hem al eerder opgemerkt. Toen liep hij verder naar een seat ergens achteraan het vliegtuig. Op het moment dat vrijwel iedereen had plaatsgenomen dook hij ineens weer op en wees naar de vrije stoel aan het raam naast me. Het werd een heel gedoe om reeds gezeten en geïnstalleerd ons opnieuw naar het gangpad te manoeuvreren. Dat Low Cost-vliegen een aanslag betekent op menselijke gewrichten van middelbare leeftijd werd nog maar eens duidelijk.

Eens plaatsgenomen slaakte hij een diepe zucht, waarschijnlijk van opluchting, keek door het raam en wierp een zijdelingse blik naar mij. Siriwan porde met haar elleboog in mijn zij en fluisterde: “Het is een monnik, heb je het gezien?”. Waarop ik naar rechts keek en haar vaststelling kon beamen. Open sandalen met daarboven op enkelhoogte een bordeaux-bruin gewaad. Toen hij zich uit zijn fel gele regenjack wurmde, alsof hij het aanvoelde, kreeg ik het totaalbeeld. Een Daila Lama-achtige vrolijk grijnzende monnik van een jaar of 40 met bril en ultrakort (een millimetertje of 3,4) haar. Hij popelde om een gesprek, dat zag je zo en dus stelde ik hem als opener de overbodige vraag of hij een boeddhistische monnik was. Zijn Engels was behoorlijk maar vereiste van mij als toehoorder uiterste concentratie. Je moedertaal vormt je keelholte en stembanden en Aziatische talen doen dat op iets andere wijze dan Europese talen (hebt u al ooit een Indiër Engels horen praten?). Bleek dat hij in Nepal geboren was en in Tibet opgegroeid. Nu was zijn thuisbasis, de tempel van waaruit hij de wereld introk om filosofie en meditatie te onderrichten, in Singapore. Ik genoot van dit gesprek. Deze man straalde pure levensenergie uit en een aanstekelijke soort vreugde en positiviteit. Hij bleef wel netjes in zijn rol als mentor/leraar. Toen hij mijn naam vroeg wilde ik de zijne ook graag weten. “You can call me master”, was zijn antwoord.

Nu moet je weten dat ik dit stadium van onderdanigheid al heel lang ontgroeid ben. Toch wilde ik deze leuke conversatie best voortzetten. Je zit niet elke dag zij-aan-zij met een Tibetaanse monnik. Het gesprek kabbelde verder en hij vertelde van zijn verblijf in het Belgische Brugge. Zijn cursussen kenden succes maar er moest hem toch iets van het hart. Veel cursisten hadden hem toevertrouwd dat ze ongelukkig waren. Opmerkelijk vond hij. In een land van overvloed verwacht je dat niet. Jullie hebben alles wat een mens nodig heeft om gelukkig te zijn, welvaart, goede gezondheidszorg en een quasi perfect sociale zekerheidssysteem. Miljarden mensen dromen hier van, jullie hebben het en toch…

Even wilde ik stout zijn en hem voorzichtig duidelijk maken dat ik veronderstelde dat hij als “master” ongetwijfeld de oorzaken wel zou kennen. Of tenminste na enkele meditatiesessies inzichten zou verwerven. Maar ach waarom toch, het zou de hele sfeer bederven. Wij waren onderweg naar Milaan met enkele dagen Dolomieten. Hij, van zijn kant, ging in Milaan meditatietechnieken onderwijzen.
De zon scheen en enkele alpenbergtoppen priemden door het wolkendek onder ons. Genietend van dit spektakel nam hij enkele selfies met zijn smartphone. De bergen deden hem aan zijn geboorteland denken.

Ikzelf, als zelfverklaarde hangmatfilosoof, heb het vermoeden dat geluk veel te maken heeft met persoonlijke ingesteldheid en daarbovenop je vaardigheden om negativiteit te negeren en uit je leven te bannen. Om de een of andere manier slagen we hier niet meer in, of zijn wij Westerlingen het onderweg naar ons huidig welvaartspeil verleerd.

Of zouden we van nature chagrijniger zijn dan de rest van de wereld?

Ik vertrek

Wie droomt er niet?
Wie broedt er geen plannen uit voor… later?

Zonder dromen en plannen is het leven als smakeloze soep zonder zout of als een geur- en kleurloze bloem.We willen allemaal betekenisloze saaiheid ontvluchten. Kan het niet nu dan maar later, wanneer de tijd er rijp voor is en het momentum geschikt gevonden wordt.
Ik was en ik ben niet anders. Geen plannenmakerij is mij vreemd.Toch is het beduidend verminderd ten opzichte van toen. Nuchterheid en realiteitsbesef werken droomversmachtend en lost ze op als een sterke toiletontstopper. Dromen en plannen werden bijgevolg doorgespoeld en bevinden zich nu in de beerput van mijn herinneringen.
Siriwan, mijn Thaise echtgenote, bracht me op de hoogte van de intenties van een bevriend koppel. Zij hadden plannen om definitief naar Thailand te verhuizen. Zij wilden bij ons ten rade, vragen naar hetgene wij hierover dachten.

Moeilijk, heel moeilijk!

Goede raad geven is niet zo eenvoudig. Wij mensen verschillen in zoveel. Wat voor de ene het grote geluk betekent is voor de andere een valkuil. Wie ben je? Waar, hoe? Ben je een stadsmus of een plattelands kraai? Ben je iemand die voortdurend omringd wil zijn door mensen of ben je een pur sang einzelgänger. Hoe is je gezondheid? Ga je dichtbij je Thaise familie wonen? Zijn dit mensen die jou als een portefeuille op twee blanke benen zien, de spreekwoordelijke geld schijtende ezel? Hoe is je financiële situatie? Wat verwacht je van dit definitieve verblijf? Ben je voorbereid (zal iemand dat ooit zijn?) om ingebed in een voor jou vreemde cultuur te leven, om steeds als een vreemde beschouwd te worden? Is het klimaat geschikt voor jou? Ben je voorbereid op het gemis van zaken die je nu als vanzelfsprekend ervaart zoals tientallen soorten lekker brood, broodbeleg, rechtstreekse uitzendingen van wieler- en voetbalwedstrijden, de gezelligheid op caféterrasjes, koffie met gebak, het gekeuvel van mensen in jouw taal? Ga je je ergeren aan al die keren dat de Thais jou meer gaan aanrekenen omdat je nu eenmaal een farang bent? Begrijp je bij voorbaat dat je echtgenote, eenmaal terug in “haar” omgeving, al snel meer afstand zal nemen van jou. Het verveelt haar dat ze er steeds moet zijn voor jou omdat je moet geholpen worden als een kind, de taal niet voldoende spreekt, leest en schrijft. Ach, jij spreekt wel Thais! Mooi is dat en hoe lang duren jouw conversaties met hen dan? Een taal beheersen gaat namelijk verder dan dagdagelijkse small talk.

Velen doen het, blazen bruggen op die hun terugkeer haast onmogelijk maakt. Velen beseffen te laat dat ze beslissingen namen verdwaasd door euforie terwijl “een roze bril” de werkelijkheid vervaagde. Enkelingen slagen wel, gepokt en gemazeld door het leven met een scheepsvracht aan ervaring en mensenkennis. Het blijft echter een aartsmoeilijke onderneming die je best niet ondoordacht aanvat.
Suggestie: Probeer het een langere periode (minstens 6 maanden) zou ik zeggen. Vestig je niet te snel, bouw zeker niet te snel. Test jezelf. Observeer jezelf vanaf het moment dat de verveling toeslaat, hoe ga je daarmee om?

Trouwens wie ben ik om anderen raad te geven? Elke situatie is anders, elke locatie is anders. De ervaringen die ik heb zijn uniek vanuit mijn specifieke leefwereld. Euforie en geluk werden afgewisseld met misnoegdheid en teleurstelling. Het gras is niet altijd groener aan de andere kant van de heuvel begreep ik gaandeweg. Mijn mening opdringen zou misplaatst zijn. Wanneer ik erin slaag om anderen aan het denken te zetten ben ik al tevreden.

Binnenkort ontmoet ik hen. Wat zal ik hen vertellen? Wat zou u vertellen?

Het grote bipsonderzoek

Toen ik de bocht kwam omgereden stond ze daar.

– In volle glorie – benadert het effect dat ze op mij had. Glorie halleluja ja en nog eens ja! En toch zag ik enkel haar lange benen en de door een sarong omhulde vormen daar net boven. Die was helemaal strak getrokken zodat omhullen een verdienstelijke doch mislukte poging werd. Landschappen in Noord-Thailand, dat is geweten, zijn wondermooi en reliëf is vanzelfsprekend een bepalende factor. Reliëf, dat is het nu juist. Vrouwelijke vormen zijn er zo rijk aan.

Alsof ze mijn volle aandacht langs haar bips voelde glijden draaide ze een kwartslag en keek me aan. Ze was jong, ze was mooi, ze had een verrukkelijke glimlach. Fietsen in Thailand levert ver- en dichtbijzichten die blijven boeien zeg ik altijd. En het beeld voorbij die bocht brandde nog lang na op mijn netvlies.

Even dacht ik eraan om een nieuwe begroetingsvorm te introduceren/lanceren. Handjes gevouwen naar het voorhoofd brengen in een wai of die saaie begroetingszoenen en handdrukken gewoon vergeten. Vervangen die hele handel. Laat ons voortaan met gestrekte benen diep voorover buigend elkaar de rug toekeren bij een ontmoeting. Ook benieuwd wat dit teweeg zal brengen!?

Enkele perverse trekjes, en die hebben de meesten onder ons (vermoed ik), maken het leven boeiend. Bilpartijen spotten is een uit de hand gelopen hobby geworden van mij. Je kan het altijd en overal. Je hebt er geen verrekijker of telescoop voor nodig. Je onderwerpen van observatie zitten niet verscholen in het struikgewas of boomkruinen.

Serieus nu, er is de ambitie om er een wetenschappelijke studie over te maken. Daartoe verzamel ik al jaren geschikt studiemateriaal. Die verzameling groeit en de veelheid in vormen en structuren begint duidelijk te worden. Desondanks zal het onderzoek nog jaren aanslepen. Vragen blijven onbeantwoord.

Waarom deze fascinatie voor de regio tussen vrouwelijke onderrug en dijen? Waarom is de gebukte houding met gestrekte benen zo onweerstaanbaar voor mij, voor ons? Bovendien zou het wenselijk zijn en de geloofwaardigheid dienen om tevens manueel huidstructuur en elasticiteit te kunnen verifiëren. Hier ga ik vermoedelijk op een zekere weerstand stuiten. En ja ik moet nog alle moed bijeenrapen om onverschrokken en recht op de vrouw af… nou ja het blijft moeilijk. Bepaalde echtgenoten van door mezelf gekozen vrouwen wiens vormen door mij als interessant bevonden werden zouden mijn beweegredenen verkeerd kunnen inschatten. Niet iedereen begrijpt het belang van dergelijk onderzoek.

Daarstraks zag ik haar opnieuw vlak na diezelfde bocht want daar woont ze. Rechtoplopend en in een slordige veel te brede slonzige broek verloor ze meer dan de helft van haar charmes. Ik wed dat ook mijn zelfbedachte nieuwe begroetingsvorm in deze outfit weinig indruk zou maken.
Het plaatje moet helemaal kloppen, zo is dat.

Tropische hitte

Warmte heeft in onze contreien een positieve betekenis. Denk maar aan – hij komt uit een warm nest – of – een warm hart, een warme persoonlijkheid hebben. Koud en kil is dan weer puur negatief. Toegegeven dat bekijkt u na de voorbije weken waarschijnlijk helemaal anders.
Europa kreunt onder een loden hitte. Warmterecords sneuvelen haast elke dag. Warmte tot voor kort een vriend wordt nu vijand nummer ëën. Schaduw wordt toevluchtsoord, koelte een streven. En, heel gek maar heel eventjes is er een glimp van begrip. Men begrijpt plots waarom Spanjaarden zo nodig een siësta houden tijdens de warmste uren overdag. Men begrijpt waarom dat volkje in tropische gebieden niet zo productief blijkt te zijn als “wij” Europeanen. Heel eventjes maar want glimpen van begrip hebben een ultra korte houdbaarheidsdatum.

Ikzelf ben nu tijdelijk weer even tropenlander. In Thailand is het ook warm, euh correctie veel te warm! Dat maakt dat het bannen van inspannende activiteiten, niet te verwarren met luiheid, verstandige, acceptabele overlevingstechnieken worden. Soms houd ik het niet en werk ik toch even in de tuin waarna ik terstond de rekening gepresenteerd krijg. Het lijkt dan alsof ik met mijn kleren aan een douche heb genomen. Boven op mijn stomende lijf staat er een glimmende rode kop, Mijn spiegelbeeld schrikt zich rot. Het water uit de douchekraan is lauwwarm en geeft nauwelijks het beoogde effect. De ramen van de woonkamer wagenwijd openen denk ik dan. Ze klemmen echter en ik moet behoorlijk wat kracht gebruiken. Ik sakker en ik vloek. Mijn echtgenote begint me te overladen met goedbedoelde tips en “nietzoos en ikzouhetzodoenschats”. Nu even niet denk ik en reageer met een, na een forse vloek, weinig-relatie-bevorderende opmerking. Hetgeen bij haar dan weer kwade reacties losweekt waardoor mijn arme hoofd, toch de stuurhut en controlekamer… in normale omstandigheden, dreigt te gaan barsten (in het beste geval) of misschien wel ontploffen!”Alles komt goed”, zegt vriend Jaap altijd en… ja hoor. Hoofdje koel houden, de brokken lijmen en doorgaan. De warmte waar wij Laaglanders zo naar streven en die we als heilzaam ervaren is dat niet altijd. Te warm heet hitte en te is nooit goed.

Wanneer ik erover nadenk dan kan je eigenlijk veel afleiden uit taal. Die is er trouwens niet van gisteren en is gebaseerd op voorvallen, ervaringen en observaties uit het verleden. Wat denkt u bijvoorbeeld van “verhitte” discussies, “verhitte gemoederen, heetgebakerd?
Hitte doet wat met een mens dat wist men toen al. Het is trouwens universeel want in heel de wereld en in elke taal heb je soortgelijke gezegden en volkswijsheden.

Hitte dat waren de klimatologische omstandigheden in de hel destijds. Het vuur werd met een duivels genoegen opgepookt door gehoornde creaturen met puntige staarten. En eeuwig zullen zij (de zondaars) branden. Nu is die hel bij wet verboden (op basis van Europese richtlijnen) een te hoge CO2-uitstoot weet u wel. Klimaatverandering tegenhouden of een halt toeroepen is de boodschap.

Een zaak is zeker, ik heb van dat hele geschrijf grote dorst gekregen. Hmm, een biertje misschien? Er staan ijsgekoelde bierpullen in de diepvriezer…

Toerisme een zegen?

Hebt u al ooit van Hallstatt gehoord?

Mocht dit niet het geval zijn dan hoeft u hierover niet beschaamd te zijn. Nee, bewaar die roze wangetjes maar voor andere gelegenheden.

Dit Oostenrijks dorpje was voor mezelf ook totaal onbekend tot voor kort… maar dat zou gaan veranderen. In Thaise kringen te België die ik nogal eens frequenteer, wist men er wel van. Vreemd, want men verwacht dit niet van hen. Geografische kennis en culturele wetenswaardigheden over Europa behoren, niet tot het basispakket van de leerstof in het Thais onderwijs. Trouwens wat weten wijzelf over Azië?

Hallstatt-Dachstein/Salzkammergut behoort sinds 1997 tot het Unesco werelderfgoed.

Op een dag verscheen er een groep Chinezen in dit (tot dan) vredige oord. Deze groep fotografeerde dat het een lieve lust was, het leek of ze in extase waren. Elke gevel van bijna elk huisje in het dorp, elk detail ja zelfs elk uithangbord of ornament, elk pleintje werd onophoudelijk en vanuit diverse hoeken en vanuit diverse perspectieven gefotografeerd. Vreemd, heel vreemd vonden de Halstattenaren toen. “Komische Leute, die Chinesen”, veronderstel ik dat er toen gefluisterd werd door menig in lederhosen gestoken jodelende Alpenbewoner. Tot…..

Ja tot diezelfde brave Halstattenaren even later vernamen dat hun Hallstatt ergens in de buurt van het Chinese Guangdong was nagebouwd. Compleet met meertje (zoals hun Hallstättersee) en met zwanen zoals het origineel. Je ziet er nu welgestelde Chinezen flaneren op de gekopieerde pleintjes en steegjes. Je hoort Oostenrijkse hoempa hoempa muziek door de luidsprekers schallen en op de sfeervolle terrasjes zijn er de in dirndl jurk gestoken plaatselijke schoonheden (al dan niet met fake volle boezems… want dat hoort bij dirndls, ja toch?).

Waarom vertel ik dit allemaal, waar hoor ikzelf thuis in dit verhaal? Welnu wij kregen onlangs bezoek uit het verre Thailand t.t.z. de jongere zus van mijn vrouw samen met haar dochter. Dochter heeft zopas haar studies geneeskunde beëindigd en mag zichzelf arts noemen. Redenen genoeg, vonden wij, om haar een reisje naar Europa cadeau te doen. Na jarenlange uiterst zware studies en dito stageperiodes mocht haar jeugddroom dan eindelijk werkelijkheid worden. En nu was het zover. Wat stond er dan zoal bovenaan haar verlanglijstje? Waar wilde ze zeker naartoe? U raadt het al.

Dus kwam ik onlangs voor het tweede jaar op rij in dit lieflijke “authentieke” Hans & Heidi-werelderf-goede-dorf terecht. Ik had u namelijk vergeten te vertellen dat vrouwlief en ikzelf hier, op aanraden van haar Thaise vriendinnen, vorig jaar al geweest waren. Natuurlijk is het er mooi, natuurlijk is het er prachtig maar de tweede keer is als ervaring minder zinnenprikkelend als die maagdelijke eerste. Ik liep dus wat verveeld te slenteren langs het meer. Mijn Thaise echtgenote met zus en nichtje waren ver achterop geraakt. Vrij logisch gezien het aantal foto’s zij voortdurend maakten. Tijd genoeg om een kop koffie te drinken op een plaatselijk terrasje. Ik zag een colonne toeristen voorbij schuifelen als in een vertraagde opname. Het waren haast allemaal Aziaten. Gelukkig was de eigenaar van de zaak een Europeaan. Uit een gesprek met hem vernam ik dat hij vermeed om naar hen te kijken. Je zou dan compleet gek worden beweerde hij. Dag in dag uit, duizenden zijn het er!, van ’s morgen bij het eerste daglicht tot ’s avonds. Een gestage stoet van fotografeerders die… alsof hun leven ervan afhangt, om de vijf meter halt houden en opnames maken… naar links, naar rechts, selfies, groepsfoto’s, opnieuw maar in een andere formatie, eindeloze variaties van hetzelfde thema. Sommigen kruipen over hekjes van privé tuintjes voor de ultieme foto om er dan door moegetergde eigenaars uit verjaagd te worden. Nee, ik kijk er niet meer naar, herhaalde hij. En ik, ik begreep hem volkomen. Voor mezelf was dit schouwspel ook niet erg bevorderend voor het instandhouden van een stabiele geestelijke gezondheid. Ik werd er zowaar helemaal tureluurs van.

Hallstatt wordt dag na dag alshetware overspoeld. Wat aanvankelijk een zegen pleegde te zijn voor de plaatselijke economie is nu een vloek geworden. De oorspronkelijke bewoners trekken weg. Hun plaats wordt ingenomen door ondernemende Tsjechen en Roemenen. Souvenirwinkeltjes staan naast elkaar over de ganse lengte van de enge straatjes. Het massatoerisme is het dorp aan het versmachten.

Ik heb het doodsgereutel gehoord. De echo galmde door de Oostenrijkse bergen.

Amsterdam, Venetië, Dubrovnik, Brugge, Hallstatt, allen daarheen!

_______________

Zie hoe Chinezen te werk gingen om een fake Hallstatt in Guangdong te verwezenlijken.

https://youtu.be/B0LHOunu86Q

het wenende meisje

img_95663143231983704188903.jpg

Thailand, tranendal of paradijs?

De laatste week van ons verblijf dus was er elke avond opnieuw restaurantbezoek. Men wilde op gepaste wijze afscheid van ons nemen. Mij goed, lekker eten met een glas koel bier erbij, laat het maar aanrukken! Gisteren was Niew en haar echtgenoot aan de beurt. Zij lerares, hij binnenkort directeur van een middelbare school. ‘s Avonds sloten schoonzus Supamas en haar vriendin aan, beiden leraressen. Naast me mijn levensgezel opgeleid en een aantal jaren gewerkt als lerares. Mocht ik onderwezen willen worden dan bevond ik me op de ideale plaats. Er werd gepalaverd dat het een lieve lust was en ja natuurlijk vooral over het onderwijs. Veel begreep ik er niet van want het Noord-Thais dialect ben ik amper machtig. Dus droomde ik een beetje weg en dacht aan datgene wat ik de vorige dagen had meegemaakt.

Siriwan had er nog eens op aangedrongen om naar een school te gaan en er de kinderen op ijs en snoep te trakteren. Dergelijke voorstellen kunnen altijd op mijn instemming rekenen. Ze weet dat ik niet erg veel houd van donaties aan tempels maar roomijs scheppen voor schoolkinderen daarentegen… De buurvrouw was ook meegegaan. Zij zou op die bewuste school haar nichtje ontmoeten die ze al jaren niet meer had ontmoet. Toen we iets voor lunchtijd alles aan het klaarzetten waren bracht men het meisje tot bij haar. Ze viel terstond onze buurvrouw snikkend in de armen. Heel aangrijpend want ze weende hartverscheurend. Ze werd zacht toegesproken door een schooljuf maar was nauwelijks te bedaren. Ik moest mezelf bedwingen want niet enkel lachen werkt aanstekelijk, wenen heeft hetzelfde effect op me. “Ze hebben mekaar zes of zeven jaar niet gezien”, verduidelijkte Siriwan toen ik haar vroeg naar het waarom. En omdat er meer moest zijn bleef ik vragen stellen tot ik een beeld kreeg van hetgeen er echt gaande was. De opa van de buurvrouw en de opa van het meisje waren broers en inmiddels gestorven. Het hele drama begon toen de vader van het meisje haar kidnapte toen het tot een breuk kwam met zijn vrouw. Hij ging vervolgens een relatie aan met een man. Toen ook dit na enkele jaren fout liep dumpte hij zijn dochter en vertrok naar Bangkok. Het meisje is nu in feite wees geworden terwijl beide ouders nog leven. Haar moeder die aanvankelijk hemel en aarde bewoog om haar dochter te vinden staakte die zoektocht en is spoorloos. Dit twaalfjarige meisje leeft nu bij de homosexueel, de ex-levensgezel van haar papa. Prachtig dat hij dit voor haar wil doen maar er is een chronisch gebrek aan financiële middelen.

Siriwan en ik spraken die dag onder elkaar af dat we zouden helpen. Dit had me dermate aangegrepen dat ik mezelf een schoft zou vinden indien ik niets zou willen ondernemen.

Toen ik mijn restaurantgemijmer over het gebeurde onderbrak vroeg ik haar wat we nu precies zouden gaan doen. Ik zag onmiddellijk dat haar enthousiasme geluwd was. “Ach, er zijn nog zovele anderen. Je kan niet iedereen met problemen in dit land helpen”, zuchtte ze. Omdat het gezelschap haar vragend aankeek, misschien wekte onze lichaamstaal hun nieuwsgierigheid, deed ze het verhaal van het twaalfjarige meisje ook aan hen. Mijn schoonzus reageerde onmiddellijk. Ze beweerde dat tachtig procent van de leerlingen van de school waar zij les gaf soortgelijke problemen had. Schoonzus is, buiten lesgeefster, ook nog verantwoordelijke van een team “sociale hulp”. Het lerarenkorps krijgt een bedrag van de staat en leveren zelf een maandelijkse bijdrage voor een soort hulpkas. Die middelen worden dan verdeeld onder de behoeftige leerlingen. Ze kent dus de persoonlijke verhalen en die zijn over het algemeen zeer schrijnend. Verhalen met thema’s als daar zijn: Aids, gokverslaving, alcoholverslaving, drugsverslaving, schulden, gezinsgeweld, incest, uitzichtloze armoede, ziekte enzovoort. Verhalen waar ze vroeger van wakker lag. Nu beseffend dat, net als een arts niet bij elk sterfgeval gaat rouwen, zijzelf noodgedwongen een beetje afstand moet nemen.

2992821_l_cab6c4dcbaded694923603aa9f8704377697603101811091162.jpg
Toen het hele gezelschap schooljuffen inclusief aanstaande directeur instemmend knikte en geen enkele moeite ondernam dit te ontkrachten werd de rauwe realiteit duidelijk. Mijn naïeve dromerigheid heeft weer maar eens een schop onder de kont gekregen (ze staat vol blauwe plekken).

Zolang er geen sociaal zekerheidsstelsel in Thailand is,

zolang hypocriete preutsheid mensen weerhoud om gezonde affectie voor mekaar te hebben en te tonen,

zolang de leerstof in scholen gelijk staat aan het rigoureus indrammen van klinkklare onzin in plaats van het leren budgetteren en omgaan met geld

zolang er geen paal en perk gesteld wordt aan op alles en nog wat te wedden,

zolang ordehandhavers de vrij degelijke wetgeving niet doet respecteren en ze zelf vergeet na te leven (gokken, drankmisbruik),

zolang vreemdgaan voor Thaise mannen niet zo bijzonder vreemd is,

zolang, zolang , zolang…

We hadden het lijstje nog veel langer kunnen maken.

Die tachtig procent van de leerlingen is hoogstwaarschijnlijk overdreven maar heeft toch de bliksem bij me doen inslaan. Ik zie regelmatig een stoet schoolkinderen bij ons thuis langswandelen. Volgens Siriwan zijn dat kinderen die een gratis maaltijd kregen bij de Chinese tempel verderop. Vandaar wandelen de weeskinderen in groep naar de Christelijke gemeenschap waar ze worden opgevangen en een bed krijgen. Er zijn dus vormen van liefdadigheid. Zijn ze voldoende?

Ik blijf zoals zo dikwijls met een wrang gevoel achter. Je machteloos voelen is niet leuk. Men beweert dat liefdadigheid uit puur zelfingenomen egoïsme bestaat. Je zou je geweten ermee sussen. Je zou er vooral jezelf mee gelukkig maken. Wel, ik denk dat ik voortaan een beetje meer de egoïst ga uithangen.

Reizen, een remedie tegen navelstaarderij

20190122_0658106740523076984415970.jpg

Als ik heel eerlijk ben… en dat duurt het langst naar verluid, heb ik het wel gehad met reizen. Het is als het afleggen van een zelfkastijdingparcours met een opeenstapeling van vervelende dan weer vernederende en onaangename situaties. Vindt u die hele administratie rond het verkrijgen van een visum leuk? Wordt u opgewonden bij het klaarmaken van een reiskoffer? Toch niets belangrijks en noodzakelijks vergeten? Bent u heel zeker?!!! Krijgt u een lekker gevoel (in de onderbuik) tijdens het zigzaggend aanschuiven voor de incheckbalie?… even later wordt deze scène nog eens herhaald bij de securitycheck (take of your shoes and your belt please) en immigratie (look into the camera please). Vervolgens het lange wachten aan de gate want u wilde vooral op tijd zijn. Dan hebben we het nog niet gehad over de vliegreis zelf, de veel te enge zitjes, het voor de 287ste keer aanhoren van de veiligheidsinstructies en ach laat er ons mee ophouden, u kent het wel. Mensen die hier van houden en die zijn er heus wel, plaats ik in de categorie SM meer bepaald in het vakje M.

Toch moet de reizende mens deze zelfgekozen folteringen lijdzaam ondergaan wil hij van punt A punt B bereiken. Japan in september was een openbaring geweest. Moderne stedelijke architectuur waar je van gaat duizelen, dat is Tokio. Een unieke cultuur, prachtige tempels, aangename mensen, het jongetje in mij van weleer werd opeens opnieuw wakker. Dat jongetje dat verzot was op het doorbladeren van zijn wereldatlas. Urenlang gefascineerd kon kijken naar kaarten met bergmassieven en baaien, woestijngebieden en wereldsteden met exotische namen. Daar wilde ik later naartoe! Niets zou me tegenhouden.

Mijn echtgenote was verbaasd toen ik ogenblikkelijk instemde bij het voorstel om ons aan te sluiten bij een groepsreis naar Taiwan, dat had ze echt niet verwacht. Ik had haar voorheen meermaals mijn groeiende aversie voor reizen laten weten. En nu, hupsakee, boek maar schat!

img_20190201_0431584860005284358425791.jpg

En voordat we het goed beseften zaten we in een boot op het SunMoon meer, hartje Taiwan. ‘s Morgens vroeg geland op de luchthaven van Taipei en even later onderweg voor een drie uur lang durende busrit. De groep bestond uit 25 mensen (23 Thai, 1 Thais/Belgische vrouw + Belgische echtgenoot ook wel door mezelf “ik” genoemd) aangevuld met een Thaise en een Taiwanese gids die perfect Thais sprak.

Zonder de stress die je hebt wanneer je de hele reis zelf moet organiseren kan je, dat is mijn ervaring toch, lekker relax observeren en indrukken opdoen. Dat heb ik dan ook uitgebreid gedaan en Taiwan maakte wel degelijk indruk op me. Na Japan is dit het tweede land dat ik bezocht waar mijn overtuiging groeide dat de 21ste eeuw de eeuw van Azië gaat worden. Wij Europeanen moeten stilletjes aan gaan leren om ons bescheidener te gaan gedragen. We zijn al lang niet meer zo superieur. Toch schuilt er nog steeds een beetje een arrogante imperialist in ons. – Wij, de heersers van de wereld, de ontdekkers, de veroveraars, de kolonisatoren, de creatieve uitvinders van de vorige decennia en eeuwen – Wij… zijn echter in verval. Wij zitten in het sukkelstraatje. Wij zullen moeten leren leven met een nieuwe rol in het wereldkoor en een toontje lager gaan zingen.

Op basis van wat is dit besef gegroeid?

Wel, op basis van hoe je ziet dat die bepaalde voetbalploeg de wedstrijd gaat winnen? Je merkt dat ze beter georganiseerd spelen, snellere flankaanvallers hebben, creatievere middenvelders, scorende spitsen. Dat gevoel, want het is niet meer dan een gevoel, kreeg ik in de metropolen Taipei en Tokio. Ik zag prachtige wegeninfrastructuur, een enorme bedrijvigheid, superieure high tech toepassingen en een openbaar vervoer om stinkjaloers op te worden . Ze lijken nu al een onoverbrugbare voorsprong op het Westen te hebben.

Soms moet een mens eens over het muurtje kijken om te zien hoe het ergens anders aan toe gaat. Reizen is over het muurtje kijken. Het helpt wonderwel tegen navelstaarderij en op de borstklopperij, men zegge het voort!

img_20190201_0428509086240323495673044.jpg

de Wen Wu Temple dichtbij het SunMoon Lake

img_20190202_042707-21292109990964729381.jpg

impressies van de steden Taichun en Taipei

img_20190202_0531011535171892827539535.jpg

perfecte wegeninfrastructuur met de meeste snelwegen hoog boven de begane grond, een sticker op de voorruit aangebracht en door een sateliet gelezen zodat het tolgeld rechtstreeks van je bankrekening geïnd wordt

de eerste ontmoeting

image_search_15470971750185029710669453750570.jpg

Het wordt steeds drukker in Chiang Kham provincie Phayao, steeds hectischer. Dat merk je ook aan de mensen.

Dat was toen anders. We schrijven november 1991 en het viel me vooral op hoe relaxt het er aan toe ging. Rustig aan, tijd zat, stress nooit van gehoord!  Die sfeer bedoel ik.

Nieuwsgierigheid had me uit mijn hotelkamer gedreven. Ik had me er opgefrist na de lange busreis vanuit Chiang Mai en moest nog een halfuurtje wachten. De tijd doden dan maar. Straks zou ik haar ontmoeten. Het grote moment naderde. Ik zou haar voor het eerst zien, voor het eerst haar stem horen.

Beneden keek de bediende aan de balie nauwelijks op. Hotelgasten zijn nu eenmaal passanten, ze komen, ze gaan. Daar hoef je niet uitgebreid contact met te zoeken, is verloren energie. Ik wandelde een beetje heen en weer vlak voor het hotel. Niet te ver want in deze onbekende omgeving was mijn hotelkamer de enige vertrouwde plek. Ik keek naar de straat en de huizen, het sporadische verkeer, de mensen. In vergelijking met Chiang Mai was dit geen bruisend oord te noemen.

Er stonden zeven á acht samlors (fietstaxi’s) aan de overkant. Op klanten wachtend lagen een paar chauffeurs/samlordrivers languit op de passagierszit van hun vehikel. Enkelen rookten. Enkelen keuvelden wat voor zich heen zonder de ambitie dat er naar hen geluisterd zou worden. Het leek wel een tableau vivant (nou ja) van een slaperig stadje.

Dit was dus Ampuer (gemeente) Chiang Kham 56110 Phayao. De plek waar zij woonde en opgegroeid was. Siriwans verleden had zich in dit oord afgespeeld. Verwarrend vreemd was het. De jonge vrouw waarmee ik al enkele maanden correspondeerde en die ik straks in de ogen zou kunnen kijken… het sterke verlangen sloeg geleidelijk om in paniek en nervositeit. Paniek werd bijna angst zoals ik telkens als kind in de klas ervaren had wanneer ik moest spreken in het openbaar. Mezelf tot kalmte dwingen lukte toen niet. Zou het straks lukken?

De busrit van die ochtend naar hier was ook al memorabel te noemen. Het begon in het busstation in Chiang Mai. Stel je voor een grote overdekte hal met tientallen loketten voor de ticketverkoop. Boven elk loket kon je de bestemming lezen…weliswaar in het Thais. Nergens een melding in ons, in mijn alfabet. Hoe moest ik dit nu aanpakken? Knielen en de hulp van Christoffel, de patroonheilige der reizigers aanbidden was een optie. Ik koos voor het lukraak aanschuiven aan een loket om uiteindelijk de bediende ontkennend het hoofd te zien schudden wanneer ik naar Chiang Kham vroeg. Bij het volgende loket een herhaling van de feiten. Niemand sprak Engels en ik werd stilaan radeloos. Tot iemand op mijn schouder tikte en me met vragende ogen aankeek terwijl hij “Chiang Kham?” suggereerde en me daarna gebaarde hem te volgen. De brave man wachtte me op toen ik uiteindelijk mijn busticket had gekocht en bracht me vervolgens naar het juiste perron. Hijzelf moest er niet zijn en vertrok weer. Soms heb je als reiziger geluk nodig. Ik denk wel eens dat die brave Thaise man de heilige Christoffel – die ooit Jezus op zijn rug nam en de rivier overdroeg – even nedergedaald was om dit groentje, deze onervaren wereldreiziger op weg te helpen.

Alles maar dan ook alles werd die dag uit de kast gehaald om hem niet gewoon of doordeweeks maar onvergetelijk te maken. De bus kreeg onderweg een lekke, een langzaam leeglopende band. De chauffeur reed het voertuig tot bij een Thaise variant van een bushokje en liet ons uitstappen. Daar verving hij samen met zijn bijrijder/bagageverantwoordelijke het wiel. Mijn medereizigers en ikzelf keken toe. Alles gebeurde bijzonder kalm en sereen. Niemand ergerde zich over eventueel opgelopen tijdverlies. Met mopperen of klagen krijg je geen enkele klus sneller geklaard. Die mentaliteit, die rustige relaxte sfeer was nieuw voor mij. Ik begon van dit volkje te houden.

1280px-samlors_in_udon_thani8441016147844980234.jpg

Ter hoogte van mijn hotel waar ik wat stond te ijsberen stak een samlordriver de straat over en kwam recht op me af. Hij brabbelde wat in onverstaanbaar Engels, wilde hoogstwaarschijnlijk weten waar ik naartoe wilde. Begrijpelijk want hij zag een potentiële klant in mij. Maar dat was het nu juist, ik wilde nergens heen. Ik liep hier gewoon wat heen en weer tot zij zou komen opdagen. Voor hem en later voor al zijn collega’s die ook de straat over staken moet het een niet-alledaags tafereel geweest zijn. Een toerist uit het rijke Westen die hier in Chiang Kham op straat rondliep en nergens heen wilde… vreemd! Nog nooit hadden ze zoiets meegemaakt! Er werd druk gelachen en gepalaverd waar ik vanzelfsprekend geen woord van begreep. Ze vormden een kring rond mij en ik voelde me langzaam een beetje in het nauw gedreven. Plots werd de kring geopend en kwam een kleine jonge vrouw naar me toe. Ze trok me bij de arm en vroeg: “You are mister Roger?”, waarop ik waarschijnlijk (dit ben ik vreemd genoeg inmiddels vergeten) bevestigend knikte. “I am Siriwan”. Daarna sloegen we samen linksaf en wandelden de straat in waar zij woonde.

Soms ( ja zelfs na 26 jaar huwelijk) sluit ik mijn ogen en zie ik haar naast mij lopen net als toen. Ik weet nog precies welke kleren ze die dag droeg.

over heldendaden en okselgeuren

olifantenfietser7469936501313631326.jpg

februari 2016, Chiang Kham Phayao (Noord-Thailand)                                     

Halfacht ‘s ochtends – 20 graden buiten – de zon prikt op mijn kalende schedel – weer een dag dat alles kan en niks moet. Dat fris zuchtje wind zacht strelend over de haartjes op mijn benen en armen deed het ’m weer. Het haalde alle twijfels weg. Dit is het!

Nu mag ik niet te overtuigend gaan klinken want er zijn al te veel farangs in Thailand. Gelukkig strijken de meesten neer in de buurt van stranden en shopping centra voor fijne vleeswaren zoals Pattaya. Ze doen maar, heb ik de rest van Thailand voor mezelf.

Je in de maand februari kunnen tooien in short en hemd met korte mouwen. Ik ken er een paar die stinkjaloers worden hiervan. Foei toch, jaloezie maakt alles kapot in de wereld!

Mijn met gouden haren begroeide ledematen trekken hier de aandacht en dat is zachtjes uitgedrukt, geloof me maar. Menig Thaise vrouw wil ze strelen en ik sta dat dan toe. Ik heb ooit overwogen om er geld voor te vragen maar daar ben ik te weinig zakenman voor. Het zijn trouwens altijd vrouwen van middelbare leeftijd, de jongere voelen te veel schroom. Waarom?, vraag ik me af, het is een ervaring die ik hen gun.

Ik rekte me geeuwend uit en keek in de richting van de stallingen. Zou Thailand vandaag klaar zijn voor een heldendaad van mij? Zou ik vandaag de tocht der tochten maken, met de fiets van Chiang Kham naar Chun en terug? ‘t Zijn wel 30 km heen en dan moet je dat hele eind ook nog eens terug, mijn beste Roger… ik noem mezelf ‘beste’ omdat een positief zelfbeeld de basis is van alles… en dan krijgen we 60.

Zestig kilometer fietsen is voor jullie daar in Bibberlandia (Nederland en België tijdens de wintermaanden) misschien een peulenschil, maar hier oogst je er pure bewondering mee. Onlangs ging ik met een groep autochtonen naar een tempel in Nan. Vanaf de parking naar de ingang was het om en nabij 200 meter, weliswaar licht hellend. Moesten ze met zijn allen even bekomen van de inspanning op een bank onder een boom… en ze waren er niet verlegen over! Dat sporten gezond is voor lijf en leden staat in alle Thaise magazines maar je wordt er zo moe van, hoor ik hen denken.

frontvolleglorie1069105859254847298.jpg

De weg van Chiang Kham naar Chun, nr. 1021 in de wegenatlas, wordt druk bereden. Ik had dus een omvangrijk publiek. Velen toeterden en mijn ervaring leerde me dat ik dit niet mocht interpreteren als aanmoediging. Mannen van mijn leeftijd op een fiets dat heet OPPASSEN in dit land. Die willen al eens met pensioen zijn (voor overheidspersoneel is er wel pensioen voorzien). Ze weten echter niet zo goed om te gaan met hun vrije tijd. Thuiszitten de hele dag met een kijvende vrouw en niks om handen hebben, nee hoor dat niet! Dan maar met collega’s-niks-om-handen-hebbenden een goed glas drinken. Hun dagindeling: na het ontbijt drinken tot de late voormiddag – dan je roes uitslapen (al dat gekijf stoort je niet want daar ben je te dronken voor) om tegen de avond klaar te zijn voor de tweede ronde met je vrienden. Thaise mannen op een fiets wijken dus regelmatig van hun lijn af en zwalpen over de weg.

Ikzelf hield echter voorbeeldig mijn lijn en scheurde met een rotvaart (20 tot 30/uur) het keerpunt tegemoet. Ja ja, die rotvaart is voor jullie Bibberlandezen ook relatief, maar ik ben geen getrainde fietser en Spaanse epo-artsen zijn mij vreemd. Onderweg zag ik een zwaar geladen vrachtwagen met trekker als een slak een berg opkruipen. Vijf kilometer per uur hoogstens! Even slikken want die moest ik straks ook omhoog.

In Chun verging ik van de dorst en zweette ik als een rund (voor de Nederlanders) en als een paard (voor de Vlamingen). Ik dronk een blikje met een gelig sportdrankje in twee slokken leeg en nam een 1,5 literfles water uit de winkelrekken. De winkeljuffrouw deed vrij stuurs, zou dat zweten er voor iets tussen gezeten hebben?

Mijn honden vinden nochtans dat mijn oksels een interessant geurboeket hebben. Vrouwen zouden wild en gewillig worden van mannenokselgeuren als je sommige biologen moet geloven. Nu deze winkeljuffrouw duidelijk niet.

Iets verderop stopte ik bij een kraampje waar je warme koffie kon drinken. Er werden twee lage krukjes bijgezet in de schaduw, eentje voor de koffie en eentje voor mij. Het gebrek aan comfort werd ruim gecompenseerd door het hartelijk gesprek dat zich ontspon. Deze juffrouw keek vol bewondering van mijn fiets naar mij, toen ik haar vertelde dat ik van Chiang Kham kwam en zo meteen terug zou gaan rijden. Ook stond ze versteld van het niveau van het Thais dat ik sprak.

En omdat ik maar niet genoeg kon krijgen van het bewonderd worden bestelde ik nog een kopje (voor de Nederlanders) een tas koffie (voor de Vlamingen). Toen ik haar zei dat haar koffie ‘lam chanaat’ was (bijzonder lekker in het Noord-Thais dialect) riep ze naar enkele omstaanders dat ik zelfs hun dialect sprak. Haar blik werd glazig zodat ik het verhaal van de okselbiologen meer en meer ging geloven.

Het werd tijd om af te rekenen. Het was 40 baht en ze gaf me 30 baht terug op een briefje van vijftig. Huiswaarts, en snel dacht ik. Ik nam me voor om dit zweetexperiment later nog eens te herhalen en… eenmaal terug thuis in Vlaanderen me op de werkvloer danig in het zweet te zullen werken… al mag u dit met een korreltje zout nemen.